
De Aston Martin DBX kreeg een eigen platform om sportwagenachtige proporties te combineren met de ruimte en toegankelijkheid van een luxe SUV. Daardoor hoefden de zitpositie, achterbank en bagageruimte zich niet te voegen naar een bestaande coupé. Zijn onderscheid zit daarmee niet uitsluitend in prestaties, maar vooral in de constructie eronder.
Waarom kon Aston Martin niet gewoon een sportwagen verhogen?
Een verhoogde sportwagen zou onvoldoende vrijheid bieden voor de achterbank, instap en bagageruimte die de DBX moest krijgen. Achter zijn oplopende zijruitlijn zitten namelijk volwaardige achterportieren: een betekenisvol verschil met de lage tweedeursmodellen waarmee Aston Martin zijn reputatie opbouwde. De SUV moest niet slechts hoger ogen, maar een ander dagelijks gebruik mogelijk maken.
Aston Martin presenteerde de DBX in 2019 als zijn eerste SUV; de levering begon in 2020. Voor dat model ontwikkelde het merk een eigen platform, in plaats van de carrosserie op de basis van een bestaande sportwagen te zetten. Dat gaf de ontwerpers vrijheid om de afstand tussen de assen, de vloer en de positie van de inzittenden gezamenlijk te bepalen.
Wat levert die eigen basis op voor de binnenruimte?
De eigen basis maakt het mogelijk om de passagiersruimte vanaf het begin als uitgangspunt te nemen, zonder een lage sportwagenvloer als harde beperking. Bij een SUV draait bruikbaarheid niet alleen om hoofdruimte. Ook de hoogte van de zitting, de ruimte voor voeten onder de voorstoelen en de vorm van de deuropening bepalen hoe vanzelfsprekend iemand achterin plaatsneemt.
De DBX heeft een zelfdragende aluminium carrosseriestructuur waarin lijmverbindingen een belangrijke rol spelen. Die constructiewijze sluit aan bij Aston Martins ervaring met aluminium sportwagens, maar de toepassing is anders: hier moet een grotere carrosserie met een achterklep en meerdere portieropeningen voldoende stijf blijven. Het materiaal maakt de DBX niet gewichtloos; het helpt de structurele gevolgen van zijn formaat te beheersen.

Hoe blijft het ontwerp herkenbaar als Aston Martin?
De DBX behoudt zijn merkidentiteit met een lange motorkap, de kenmerkende grillevorm en een uitgesproken vormgeving van de achterzijde. Vooral de omhooggetrokken rand van de achterklep is belangrijk: die geeft het hoge koetswerk een visueel eindpunt dat aan een sportieve coupé doet denken. Het is een ontwerpantwoord op de hoogte, geen poging om die volledig te verbergen.
In zijaanzicht ontstaat daardoor een bewuste spanning tussen de werkelijke cabine en het beeld dat de carrosserie oproept. De daklijn loopt naar achteren af, terwijl de schouderlijn boven de achterwielen aanzet. De achterbank en bagageruimte vragen juist om volume. Het eigen platform lost die tegenstelling niet magisch op, maar bood wel ruimte om beide eisen samen uit te werken.

De aandrijflijn vertelt slechts de helft
De oorspronkelijke DBX combineert zijn ruimtegerichte architectuur met een 4,0-liter V8 met twee turbo’s, goed voor 550 pk en 700 Nm. Een negentraps automatische transmissie en vierwielaandrijving horen bij dat pakket. Die specificaties verklaren zijn prestatiepotentieel, maar niet waarom dit model een andere plaats binnen Aston Martin inneemt dan een coupé met vergelijkbaar motorvermogen.
Voor liefhebbers is de DBX vooral interessant als voorbeeld van een sportwagenmerk dat zijn ontwerpprincipes naar een andere carrosserievorm vertaalt. Zijn eigen basis bood vrijheid, maar maakte de fundamentele compromissen van een hoge, ruime auto niet ongedaan. De verdienste zit daarom niet in het nabootsen van een lage sportwagen: de DBX geeft Aston Martin een gebruiksdoel waarvoor zo’n sportwagen nooit ontworpen was.
Veelgestelde vragen
Wanneer verscheen de Aston Martin DBX?
- Aston Martin presenteerde de DBX in 2019. De levering begon in 2020. Het was de eerste SUV van het merk.
Staat de Aston Martin DBX op een sportwagenplatform?
- Nee. Aston Martin ontwikkelde een eigen platform voor de DBX, zodat onder meer de vloer, zitpositie, achterbank en bagageruimte op het gebruik als SUV konden worden afgestemd.
Welke motor heeft de oorspronkelijke Aston Martin DBX?
- De oorspronkelijke DBX heeft een 4,0-liter V8 met twee turbo’s, 550 pk en 700 Nm. Hij beschikt over een negentraps automatische transmissie en vierwielaandrijving.
Waarvan is de carrosseriestructuur van de DBX gemaakt?
- De DBX heeft een zelfdragende aluminium carrosseriestructuur waarin lijmverbindingen een belangrijke rol spelen. Daarmee past Aston Martin zijn ervaring met aluminiumconstructies toe op een ruimer SUV-koetswerk.
Bronnen
Alle Aston Martin-auto's op ExclusieveAuto.nl →
Dit artikel is met hulp van AI opgesteld en door de redactie gecontroleerd. Redactiebeleid
Terug naar nieuwsLees ook
NieuwsWaarom kreeg de McLaren Elva geen voorruit?
De McLaren Elva kreeg geen voorruit om het contact tussen bestuurder, auto en buitenlucht centraal te stellen, als verwijzing naar de open McLaren-sportwagens uit de jaren zestig. Een actief luchtgeleidingssysteem moet de inzittenden tegen de directe rijwind beschermen. Die oplossing maakt de Elva technisch interessanter, maar niet zo beschut als een gesloten sportwagen.
30 oktober 2026 · 3 min
NieuwsWaarom bouwde Porsche een 911 Classic Club Coupe op basis van een gebruikte 996?
Met de 911 Classic Club Coupe liet Porsche zien dat fabrieksrestauratie ook een zorgvuldig ontworpen nieuwe identiteit kan opleveren. Porsche Classic combineerde een gebruikte 996 Carrera met GT3-techniek en speciaal vervaardigde carrosserie- en interieurdetails. Het vakmanschap zit niet alleen in de afwerking, maar vooral in het samenbrengen van die onderdelen.
30 oktober 2026 · 3 min
NieuwsWaarom offert de Bugatti Divo topsnelheid op voor bochtensnelheid?
De Bugatti Divo verlegt de technische prioriteit van topsnelheid naar bochtgedrag. Zijn aangepaste carrosserie, onderstel en actieve achtervleugel moeten de beschikbare grip beter benutten, terwijl de topsnelheid is begrensd op 380 km/h. Daarmee laat deze hypercar zien dat vooruitgang niet uitsluitend uit extra motorvermogen of een hoger snelheidsrecord hoeft te bestaan.
30 oktober 2026 · 3 min