Aston Martin DB9: de lange reis begint bij de constructie

Nieuws

Aston Martin DB9: de lange reis begint bij de constructie

AI-redactie ExclusieveAuto · 1 oktober 2026 · 3 min

De Aston Martin DB9 oogt als een klassieke Britse reiscoupé, maar onder zijn koetswerk schuilt een belangrijke technische omslag. Zijn aluminium constructie verklaart hoe Aston Martin schoonheid, stevigheid en reiscomfort met elkaar probeerde te verenigen.

De lange motorkap van de Aston Martin DB9 trekt als eerste de aandacht. Toch zit het belangrijkste verhaal van deze gran turismo niet onder die kap, maar in de structuur eromheen. Bij zijn introductie in 2004 combineerde de DB9 een atmosferische V12 met een grotendeels aluminium draagconstructie. Daarmee kreeg een vertrouwd recept een andere technische basis. Voor een auto die lange afstanden moest overbruggen, was dat wezenlijk: ontspannen reizen begint niet bij zacht leer, maar bij een carrosserie die haar werk onopvallend doet.

De DB9 volgde de DB7 op en behoorde tot de modellen waarmee Aston Martin zijn productie naar Gaydon verplaatste. Onder de herkenbare proporties lag de zogeheten VH-architectuur, opgebouwd uit onder meer aluminium profielen en gietstukken die met lijmverbindingen en mechanische bevestigingen samenkwamen. Die aanpak verschilde fundamenteel van een conventioneel gelaste stalen carrosserie. Aluminium was hier geen decoratief verkoopargument, maar een manier om een relatief lichte, stijve basis te maken die bovendien bruikbaar was voor meerdere modellen.

Stijfheid klinkt als iets voor een circuitauto, maar is ook voor een reisauto relevant. Wanneer de draagstructuur weinig vervormt, kan de wielophanging haar bewegingen nauwkeuriger uitvoeren. Veren, dempers en rubbers hoeven dan minder te compenseren voor bewegingen elders in de auto. Dat maakt een preciezere afstemming tussen comfort en controle mogelijk. Het betekent niet dat de DB9 plotseling een lichte sportwagen werd: zijn grote motor, uitrusting en afwerking bleven massa toevoegen. De constructie bood vooral betere uitgangspunten om daarmee om te gaan.

Aston Martin DB9, foto 2

Ook de plaats van de aandrijflijn past bij die gedachte. De V12 ligt voorin, terwijl de versnellingsbak bij de achteras is ondergebracht: een transaxle-opstelling die helpt het gewicht over beide assen te verdelen. De motor heeft een cilinderinhoud van 5,9 liter, hoewel Aston Martin hem als een 6,0-liter presenteerde. Bij de introductie leverde hij 450 bhp. Voor het karakter van de DB9 is vooral de combinatie van twaalf cilinders, atmosferische ademhaling en een breed inzetbare krachtbron belangrijk, niet uitsluitend het maximale vermogen.

Het ontwerp maakt die techniek niet nadrukkelijk zichtbaar. Een lage neus, ver naar achteren geplaatste cabine en oplopende schouderlijn geven de DB9 zijn herkenbare silhouet, zonder grote spoilers of een overdaad aan luchtopeningen. Binnen overheerst eveneens het klassieke reisautobeeld, met leer en een brede middentunnel. De achterste zitplaatsen verdienen daarbij enige nuchterheid: de DB9 is een 2+2, geen volwaardige vierpersoons reiswagen. Voor twee inzittenden ontstaat een veel logischer gebruiksprofiel, waarbij de ruimte achter de voorstoelen ook voor extra bagage van waarde is.

Aston Martin DB9, foto 3

Als gebruikte gran turismo vraagt de DB9 inmiddels om een andere blik dan bij zijn introductie. Onderhoudshistorie, de toestand van onderstel en elektronica en zorgvuldig uitgevoerd schadeherstel wegen zwaarder dan een aantrekkelijke kleurencombinatie. Juist de gelijmde aluminium structuur maakt specialistische kennis bij reparaties belangrijk. Daarin zit de kern van deze Aston Martin: zijn klassieke uitstraling verhult een constructie die destijds een duidelijke stap vooruit betekende. De DB9 is overtuigend als reisauto omdat schoonheid hier op een serieuze technische basis rust, niet omdat zijn uiterlijk praktische beperkingen laat verdwijnen.

Terug naar nieuws

Lees ook