Jaguar XJ-S V12: de reisauto die niet op zijn voorganger wilde lijken

Nieuws

Jaguar XJ-S V12: de reisauto die niet op zijn voorganger wilde lijken

AI-redactie ExclusieveAuto · 1 oktober 2026 · 3 min

De Jaguar XJ-S verruilde de directe aantrekkingskracht van de E-Type voor een eigenzinniger opdracht: grote afstanden ontspannen afleggen. Zijn twaalfcilinder en omstreden carrosserie vertellen hetzelfde verhaal, maar niet op het eerste gezicht.

De achterruit van de Jaguar XJ-S ligt tussen twee lange carrosseriesteunen die vanaf het dak naar de achterzijde lopen. Het is een merkwaardig detail voor een auto die zijn bestuurder juist zo weinig mogelijk wil bezighouden. Die opvallende achterkant maakt meteen duidelijk dat Jaguar bij de introductie in 1975 geen nieuwe E-Type probeerde te tekenen. De XJ-S koos een andere richting: minder nadruk op de sportwagen als spektakelstuk, meer aandacht voor de besloten wereld waarin inzittenden honderden kilometers doorbrengen.

Dat onderscheid was belangrijk, want de E-Type wierp een lange schaduw. Zijn opvolger moest niet alleen snel zijn, maar ook passen bij veranderde verwachtingen rond comfort, veiligheid en dagelijks gebruik. Jaguar baseerde de XJ-S op een ingekorte versie van het onderstel van de XJ-sedan. Daarmee kreeg de coupé een andere technische basis dan zijn voorganger. De lange motorkap bleef, maar achter het stuur draaide het nadrukkelijker om een comfortabele zit, geluidsisolatie en een rustige manier van voortbewegen.

De 5,3-liter V12 paste bij die opdracht. Bij een twaalfcilinder volgen de arbeidsslagen elkaar dicht op, waardoor de kracht gelijkmatig kan worden afgegeven. Dat karakter is op een lange reis minstens zo relevant als het maximale vermogen. De motor hoeft zijn aanwezigheid niet voortdurend met trillingen of een nadrukkelijke klank te bevestigen. Veel XJ-S-exemplaren kregen bovendien een drietrapsautomaat. Naar huidige maatstaven zijn dat weinig versnellingen, maar de combinatie steunde op de souplesse van de motor, niet op voortdurend schakelen.

Jaguar XJ-S V12, foto 2

Ook onder de carrosserie was comfort geen kwestie van alleen zachte bekleding. De onafhankelijke wielophanging rondom hielp de wielen wegoneffenheden afzonderlijk te volgen. Achter zaten de remschijven bij het differentieel, in plaats van direct achter de wielen. Zo bleef een deel van het remgewicht buiten de massa die met elke hobbel op en neer beweegt. Het is een technisch detail met een duidelijke bedoeling: het contact met de weg verzorgen zonder iedere beweging onverkort aan de inzittenden door te geven.

De vormgeving laat tegelijk zien dat een comfortabele reisauto niet automatisch een praktisch ruimtewonder is. De XJ-S heeft achterzitplaatsen, maar de beschikbare ruimte maakt hem vooral aantrekkelijk als reisgenoot voor twee. Zijn lange neus en markante daksteunen leveren evenmin het onbelemmerde overzicht van een rechtop getekende sedan. Daar staat een eigen karakter tegenover. De lage zit, het dashboard en de lange carrosserie maken van de coupé een besloten reisruimte, zonder dat Jaguar daarvoor de proporties van een limousine nodig had.

Jaguar XJ-S V12, foto 3

Voor liefhebbers zit de aantrekkingskracht inmiddels ook in die consequente keuze. Een XJ-S V12 vraagt wel om een nuchtere beoordeling: twaalf cilinders, een uitgebreid koelsysteem en een volle motorruimte maken zorgvuldig onderhoud belangrijk. Ontspannen reizen voor de bestuurder betekent niet automatisch eenvoudig bezit. Juist dat onderscheid maakt deze Jaguar interessant. Hij probeert een lange afstand niet spannend te houden met steeds nieuwe prikkels, maar biedt techniek die op de achtergrond hoort te werken. Zijn eigenzinnige uiterlijk is daarbij het opvallendste deel van een verder bedachtzaam concept.

Terug naar nieuws

Lees ook